Stipt 18.15 uur. De locomotief, met in zijn zog drie historische rijtuigen, komt in beweging voor de derde wekelijkse rit van een nieuwe attractie: het Panorama Rail Restaurant.De Buik (HIJ & ZIJ) spoorde mee in het Rheingold Panoramarijtuig, tijdens een bijna drie uur durend rondje Amsterdam, Gouda, Rotterdam, Den Haag, Leiden, Haarlem. HIJ nam het vismenu en ZIJ het vegetarische.

Wie zitten erbij?
De tour is op een enkel tafeltje na uitverkocht. Veel paren en enkele gezinnen; één met lagereschoolkinderen in galante feestjurkjes en één met pubers van wie de jongen vrijwel de hele reis met zijn oortjes in zit.
Hoe zitten we erbij?
Donker-beige tafellopers op eenvoudige donkerbruine tafelbladen, houten stoelen met witte bekleding, glanzend gewreven glaswerk, gepoetst bestek en simpel wit serviesgoed. Eén tafellampje met een wit kapje waarvan we ons afvragen of die in het donker genoeg licht zal geven.
Vertrek

Men wordt om 18.00 verwacht en als wij om 18.01 uur instappen zijn de meeste passagiers al aanwezig. Attent wordt ons verteld welke kant de trein op reist zodat mensen die niet graag achteruit rijden meteen op de goede plek kunnen gaan zitten.
Aangeschoven ligt er op tafel al een papieren broodzakje klaar. Daarin wacht nog warm zuurdesembrood Van Koos om gegeten te worden met olijfolie, een botertje en wat peper en zout. Knapperige korst en volle broodstructuur. Meteen blijkt toch maar weer hoe smaken verschillen.

ZIJ: ´Het brood in nogal zout, vind je niet?´
HIJ: ´Ik heb er nog wat extra zou bij gedaan.´
Aangeschoven wordt ons meteen een glas koele prosecco aangeboden die bij ons beiden in smaak valt. We zijn geen wijnkenners maar zeggen: droog, fris & fruitig met een hint van frambozen.
Op het perron heeft onze treincombi de aandacht van reguliere reizigers. Het is dan ook een unicum dat een trein met een glazen dak op het punt staat om af te reizen.

Het diner begint. Als voorgerecht een salade, opgemaakt in wijd uitlopende glazen. De bediening legt niet uit wat de gerechten inhouden dus proeven en analyseren we met hulp van de menukaart wat we tegenkomen.
In laagjes opgebouwd: bovenop een regen van toefjes groene avocadopuree, daaronder een mix van vers gesneden groentes, sla, stukjes vers fruit en onderop een laag piccalilly. Appel, druiven, aardbei, rucola en nog veel meer. Tamelijk extreme smaakcontrasten.
HIJ: ´De dressing overheerst nogal´.
ZIJ: ´De beet is prima, de gefrituurde kappertjes (origineel!) zijn echt pikante smaakbommetjes, maar bij het geheel rijst de vraag wat nu precies de bedoeling is. Ik zou zeggen dat met wat minder een beter gebalanceerd gerechtje is te vervaardigen´.
We rijden door het groene hart waar de lage zon lange schaduwen over graslanden werpt en dikke vlekken oplichten van wollige schapenvachten.

En dan de soep. Ze wordt weliswaar tegen het lauwe aan geserveerd - wil men de gasten beschermen tegen hete vloeistoffen bij een onverwachte schommeling van de trein?- maar de smaak blijft prima overeind. In een heldere, groene bouillon bevinden zich lange korrels bruine wilde rijst waar je lekker op kunt kauwen, courgette julienne, taugé, stukjes mango, tomaat en mosterdzaadjes.
HIJ heeft de visvariant met een flink stuk makreel dat op de huid gebakken is en ZIJ kreeg als vervanging mini-aardappeltjes.
ZIJ: ´Iets minder aardappeltjes verbetert het totaal. Misschien een alternatieve toevoeging voor de vegetariërs in dit soepje bedenken?´
HIJ: - met minder woorden- ´Lekker´.
ALLEBEI: Een plezierige, peperige nasmaak.
Ter hoogte van Rotterdam zijn we klaar met het voorgerecht. Tussen de dierentuin en het oceanium van Diergaarde Blijdorp wachtten we een tijdje om andere treinen voor te laten. Als we weer optrekken, krijgen we ruimschoots de tijd om het ooievaarsnest te bekijken dat al jarenlang boven de spoorbaan standhoudt. Familie ooievaar is niet thuis. Bewoners van het aangrenzende volkstuincomplex zwaaien naar ons.
Bij het hoofdgerecht drinkt HIJ een sauvignon blanc, Sancerre uit Domaine de la Rossingole.
HIJ & ZIJ (één slokje): `Lekker droog en uitstekend passen bij onze gerechten´. We zijn het met de ober eens. In een wijnkoelertje zou de wijn tot het eind toe koud gebleven zijn.
Tunnel Delft. Donkerder dan de zwarte regenlucht die ons bij het eindstation opwacht. Ons tafellampje blijkt voldoende te verlichten. Ik moet denken aan de intieme sfeer van stiekem met een zaklampje onder de dekens liggen lezen.
Bij ons weerkaatsen de tafellampjes feestelijk in de ramen van het panoramadak, zoals voorheen kaarsen in de spiegelzalen van Versailles.
Ons hoofdgerecht. We komen goed op gang. Het menu van sterrenchef Edwin Soumang begint te stralen. De gerechten gaan elkaar versterken. Op onze borden liggen bij haar groene erwten en linzen die zijn opgefleurd met courgette- en radijsschijfjes, oost-indische kers en diverse slasoorten. HIJ hapt in een flinke moot stevige kabeljauw. Bij die bases voegt zich fantastisch de quinoasalade (met speldenknopjes broccoli) waarin snippertjes rode ui samen met sterrenkers het graan prikkelen en verfrissen. We zwijgen niet over de onmiskenbaar heerlijke (maar wel wat afgekoelde), romige, zachte mousse-achtige puree van bloemkool (en aardappel?) waarin gefrituurde partjes zurige bloemkool én de knalstukken macadamianoot de hoofdrol spelen. En die warme druiven? Goede bijrol. Ik moest me beheersen om niet met mijn wijsvinger de puree uit het weckpotje te snoepen.

Over het slotakkoord kunnen we kort zijn. HIJ & ZIJ: WAUW! Waarom? Omdat ZIJ nooit eerder een bittere hint in het eten zo lekker vond als aangetroffen in de boterkoek-cake met citroen. Daar lag trouwens een lepel yoghurt-sorbetijs op, waarin je de yoghurt echt proeft! En WAUW voor de One’s “Lemon Curd” van koekjeskruim en meringue. Als ik op een kwart ben, kijk ik even opzij. De schaaltjes van HEM zijn al leeg.