Soms stuurt een lezer een email om te zeggen dat hij of zij een gerecht uit een van mijn boeken heeft gekookt. Omdat een roman geen kookboek is, zijn de instructies nogal basaal. 'Ik kiepte er een handje peterselie in', van die dingen. Meestal blijkt dat genoeg.
Er zijn geen mensen overleden (hoewel, nu ik er bij nadenk: die mailen natuurlijk niet) en ik heb ook nog niet gehoord dat het smerig was.
Moet ik een kookboek maken? 'Mörings Meesterlijke Menu's'? En bij gebleken succes: 'Meer Mörings Meesterlijke Menu's'? De narcist in mij juicht al 'ja!', maar op de achtergrond hoor ik de calvinist monkelen. En ervaring leert dat die in mijn geval altijd wint. Bovendien: ik heb het helemaal gehad met tv-koks, bekende en quasibekende Nederlanders die koken, en over Masterchef en dat soort wedstrijden wil ik niet eens beginnen. Straks wordt koken nog een Olympische discipline en Cees Helder chef de mission. Met het klimmen der jaren en het aantal restaurants dat ik heb bezocht is mijn voorkeur voor 'echte mensen eten' exponentieel toegenomen. Die gelakte aardappel met in koffiedik gegaarde zeugetepels ken ik nou wel. Hoe zit dat met het eerlijke bord Hollandse kost?
De vraag is natuurlijk wat dat is.
Ik zal niet hoog opgeven van de Britse keuken –ik heb daar dingen meegemaakt waar ik 's nachts nog wel eens wakker van schrik– maar ze hebben een eigen traditie en zijn niet bang om die op tafel te zetten. Kom hier eens om 'stip in 't gat', of 'koel in 't midd'n' zoals dat in Groningen heet. Ik heb het nooit gegeten en eerlijk gezegd ben ik ook vergeten wat het behelst, maar dat maakt niet uit.
De heilige drie-eenheid van het Hollandse koken
Ik behoor tot de generatie die de heilige drie-eenheid van het Hollandse koken (aardappels, vlees en doodgekookte groente) honend verwierp en zich hip en ontwikkeld stortte op de pasta. In Italië is het een tussengerecht, maar wij hebben het gepromoveerd tot het hoofdbestanddeel van onze maaltijd, want, om de oude Reve te parafraseren: een man heeft koolhydraten nodig. Vijfentwintig jaar lang heb ik voor het gezin gekookt en in die tijd is er zoveel pasta doorheen gegaan dat mijn kinderen – inmiddels bijna en geheel volwassen – de aardappel beschouwen als een culinair artefact dat alleen nog in plaatsen als Klazienaveen wordt genuttigd, uit een diep bord waarin later ook nog de vla wordt geserveerd. Als ik vertel dat mijn grootmoeder zorgvuldig de soort uitzocht en dat dat afhankelijk was van de seizoenen, worden mij het soort blikken toegeworpen waarmee je zo een Socutera-spot kunt maken. En dus kook ik pasta in alle soorten en maten en als ik al in de verleiding ben om 'iets met aardappels' te doen dan zou ik niet eens weten waar ik behoorlijke knollen kan scoren. Het assortiment in de supermarkt is gereduceerd tot 'iets bloemig' en 'vastkokend' en als je geluk hebt 'culinair'. Aardappels voor dummies.
Niet dat ik zo dol op aardappels ben, maar ik maak mij wel eens zorgen over onze frenetieke zucht naar nieuw en exotisch. Nog geen paar weken geleden at ik bij een collega die als voorgerecht een salade met quinoa serveerde die hij met een 'kijk nou eens' op tafel zette.
'Oh, quinoa,' zei ik.
Of ik dat kende.
'Ja,' zei ik. Met grafstem.
Want ik had al gelezen dat hippe linkse mensen met zwartomrande brillen zo godvergeten veel quinoa eten dat de bewoners van de Andes er spontaan van aan de McDonalds zijn gegaan, omdat er voor hun niet meer genoeg is.
Leefde Gerard Reve nog maar.