Doordat het Amerikaanse televisieprogramma Booze Traveler er aandacht aan besteedde, werd de schelvispekel die Leo Fontijne in Vlaardingen maakt een hit.
Hij wilde ze eerst niet over de vloer hebben. Konden die Amerikanen niet ergens anders gaan filmen? Als je een eenmanszaak runt, ben je zó achter op schema. Aan de andere kant: jenever, oranjebitter en schelvispekel, producten die Leo Fontijne in zijn Distilleerderij Van Toor in Vlaardingen maakt, zijn wél typisch Hollands. En daar ging het de filmers juist om.
Dus oké, die gasten komen en Leo vergeet de hele affaire. Tot er ineens via a-mail bestellingen komen uit Amerika. Spam, denkt hij met zijn slaperige hoofd, want hij checkt zijn e-mail 's ochtends, en hij gooit de berichten in de prullenbak. Van webshops waar hij aan levert, hoort hij: joh, er is vraag naar schelvispekel vanuit Amerika en die vraag neemt alleen maar toe. Wat is er aan de hand?
'n Voor Amerikanen onuitsprekelijk woord
Blijkt die documentaire intussen op tv geweest, daar in de States, in een serie met de welluidende naam Booze Traveler. (Bekijk de aflevering over Nederland onder dit artikel.) Kennelijk maakte schelvispekel, een voor Amerikanen onuitsprekelijke woord, de kijkers zo nieuwsgierig dat zij massaal aan het googelen sloegen en zo vanzelf bij Leo Fontijne uitkwamen.
'Het was een hit,' zegt Leo in zijn kantoortje aan de Maassluissedijk in het oude centrum van Vlaardingen. 'Ik werd bedolven onder een bombardement van appjes en sms'jes en berichten op Facebook, ik was zelf compleet verrast. SBS wilde opnamen komen maken, Radio 2 belde op, De Telegraaf wijdde er een artikel aan.'
In Booze Traveler doet de smaak van schelvispekel presentator Jack Maxwell denken aan kerstmis. Leo Fontijne spreekt over zijn producten, zoals het vandaag zeer toepasselijke oranjebitter, maar ook de schelvispekel natuurlijk, met onverhulde vertedering.
'Ze hebben historische wortels,' zegt hij. 'Ik noem ze het vloeibaar erfgoed. Neem de schelvispekel. Die gaat terug tot de VOC-tijd. Vlaardingen was een haringstad, de haringen werden geruild met de specerijen van de VOC. De condities waaronder de haring werd gevangen waren natuurlijk niet erg comfortabel. Dus wat deden die vissers om warm te blijven? Ze stookten hun eigen borrel. Beneden in de kombuis stond dus een kom met brandewijn en specerijen. Soms kwamen de vrouwen aan boord. Nieuwsgierig natuurlijk: „Joh, wat is dat?' De mannen zeiden dan: „O, niks, dat is pekel.' Omdat in de winter niet op haring werd gevist, voeren ze in die maanden verder uit om schelvis te vangen. Zo schijnt de naam schelvispekel te zijn ontstaan.'
Ook kinderen kregen een slokje
Tot zover het etymologisch verhaal. Leo voegt er nog aan toe dat later de kinderen van de vissers ook schelvispekel kregen. 'Ze moesten kleine visjes die als aas dienden doorbijten en ze aan de haakjes doen, en om de vieze smaak weg te spoelen kregen ze een slokje.'
Rond 1900 dacht de oude Van Toor dat het een goed idee was om schelvispekel als Hollandse borrel in de markt te zetten. 'Sindsdien is er aan het recept helemaal niets veranderd,' zegt hij. Hij nam de distilleerderij over in 2002. 'Daardoor ben ik de enige die dit maakt, ik alleen heb het recept.'
Schelvispekel is geen likeur, want er zit minder dan tien procent suiker in. 'Hij komt wel zoet over, maar dat komt door de specerijen. Het is brandewijn met speculaaskruiden en nog het een en ander. Kardamon, kaneel, peper, nootmuskaat. Die specerijen herinneren dus rechtstreeks aan de VOC-tijd.' De precieze samenstelling houdt hofleverancier Leo om voor de hand liggende redenen geheim.
Hieronder de aflevering van Booze Traveler die is gewijd aan Nederland. Vanaf ongeveer 12'00' komen Vlaardingen, Leo en zijn distilleerderij in beeld.
Ook het Nederlandse YouTube-kanaal Tasty Tales TV maakte onlangs een korte film over Leo Fontijne en zijn Vlaardingse distilleerderij: https://youtu.be/v4MB9_Sm-ig