Al bijna veertig jaar halen Rotterdammers hun broodje aan het Bergpolderplein bij Croissanterie De Snor. Wat ooit begon als een kleine croissanterie groeide uit tot een vaste waarde in de buurt, met vaste gasten die al decennia langskomen, medewerkers die er soms net zo lang werken en een menu dat door de jaren heen nauwelijks veranderde.
De snor van Joop
De naam van de zaak aan het Bergpolderplein bij de Kleiweg gaat terug naar oprichter Joop Zijlaard. Hij was vroeger gangmaker bij het wielrennen en reed rond met een enorme snor. Die snor werd uiteindelijk het uithangbord van de zaak. In het pand zat ooit een slagerij, maar Joop zag er een croissanterie in. Zo begon De Snor.
Van broodjeszaak naar begrip in de buurt

Wat startte als een plek waar je snel een broodje kon halen, groeide langzaam uit tot een begrip in de buurt. Vooral toen steeds meer bedrijven broodjes wilden laten bezorgen, werd het drukker en drukker. Uiteindelijk werd het pand aan de overkant van de straat erbij betrokken, waar nu de catering wordt geregeld.
Een familiezaak
De Snor begon als een echt familiebedrijf met Joop en zijn zoons Ron en Michael Zijlaard. Later namen Ron en zijn vrouw Ineke de zaak over. Het plan was dat de volgende generatie het stokje zou overnemen, maar dat liep anders. Vier jaar geleden kwam de croissanterie in handen van Lisette van der Valk, haar dochter Dionne, en Robin Otten.
Generaties aan de toonbank
Hoewel de buurt zelf niet drastisch veranderde, zie je wel dat de generaties elkaar opvolgen. Jongeren die hier vroeger een broodje kwamen halen, komen nu terug met hun eigen kinderen. “Dat maakt het leuk", vertellen ze. “Je ziet mensen eigenlijk
opgroeien.”
Ook het nachtleven speelde jarenlang een rol. Portiers, taxichauffeurs en mensen uit de horeca kwamen vroeg in de ochtend een broodje halen. De Snor was daarom vroeger ook eerder open. Maar met de veranderde tijden in de horeca veranderde dat vanzelf
mee.
Vers en ambachtelijk

Wat níét veranderde, is de manier waarop hier gewerkt wordt. Bij De Snor draait het nog altijd om vers en ambacht. De filet americain, waar zelfs prijzen mee zijn gewonnen, wordt elke ochtend zelf gedraaid met een vleesmolen. Eieren worden gekookt en met de hand gepeld, sla wordt zelf gesneden en ook de tartaar wordt in eigen keuken gemaakt.
Klassieke broodjes

De kaart bij De Snor is in veertig jaar vrijwel niet veranderd. Op de kaart staan zo’n veertig soorten beleg. Van kaas en vleeswaren tot salades. Natuurlijk ontbreken klassiekers als een broodje gezond of saté niet. En soms staan er ook broodjes op de kaart die je bijna nergens meer ziet, zoals een stokje half-om met pastrami en lever.
De reuring van een broodjeszaak
Het mooiste aan de zaak is misschien wel de drukte. De reuring. Op sommige dagen moeten er duizend broodjes worden gemaakt en is er voor elf uur ’s ochtends nog geen tijd geweest om op de klok te kijken.
Rotterdamse momenten

Ook buiten de winkel weten ze De Snor te vinden. Zo leveren ze broodjes voor grote Rotterdamse momenten zoals de Marathon Rotterdam en de Wereldhavendagen. Voor de marathon betekent dat soms om half drie ’s nachts opstaan om alles op tijd klaar te
hebben, omdat de stad later wordt afgesloten en je er niet meer in komt. Ook bij grote projecten in en rond de stad kloppen ze aan bij De Snor. Zo leverden ze bijvoorbeeld broodjes tijdens de bouw en bij de opening van de A16. “Dat soort klussen vinden we altijd leuk,” vertellen ze. “Het is mooi dat ze ons weten te vinden voor zulke Rotterdamse momenten.”
Op naar veertig jaar
Volgend jaar bestaat De Snor veertig jaar. Een mijlpaal waar ze trots op zijn. Wat er precies gaat gebeuren houden ze nog even voor zich, maar één ding staat vast: als het aan hen ligt, blijft De Snor nog lang gewoon doen waar ze al decennia goed in zijn, Rotterdam voeden met goede broodjes.