Laatst haalde ik weer, voor het eerst na de zomer, mijn bestelling op bij mijn ondergrondse bakkers Alex en Dorry. Als elke zaterdagochtend stonden zij met hun versgebakken broden bij De Maagd van Holland en verzamelden zich hier, op de Nieuwemarkt tussen Pannekoekstraat en Botersloot, de 'companen' van De Ondergrondse. Een van hen liep zoekend rond. Hij raapte hazelnoten, bleek.
Niet als in: hazelnoten die iemand op de nabije markt had gekocht en hier uit zijn tas had laten vallen, nee, als in: hazelnoten die hier aan de boom waren gerijpt en nu door diezelfde boom werden losgelaten om geraapt te worden door... Nitai. Zo heette de man die telkens bukte en een paar noten in een plastic zakje deed.
Hij wees op de hazelaar in kwestie. 'Een kleintje,' zei hij. 'Daarom geeft hij kleine hazelnoten. Het Lage Bergse Bos ? dáár moet je eens gaan kijken. En ken je de Nolensstraat in Blijdorp? Die noemen we gekscherend de Notenstraat.'
Omdat ik er nooit bij had stilgestaan dat er in de stad bomen groeien waarvan je kunt eten, maakte ik een afspraak met Nitai die vol met verhalen bleek te zitten over wat er om ons heen nog meer aan lekkers te vinden is. We spraken af in de Gandhituin waar hij als vrijwilliger werkzaam is en waar op kleine schaal volgens het principe van de permacultuur stadslandbouw wordt beoefend.
Venkel, eeuwige prei, Oost-Indische kers
Op een zonnige herfstochtend leidde hij me langs de bedden met venkel, eeuwige prei en Oost-Indische kers. De maïs en de aardappelen waren al geoogst. Hij wees me op de bijenkasten in de bosschages die de Gandhituin afsluiten van de A20 en het in onbruik geraakte viaduct van de Hofpleinlijn. 'En daar staat goudsbloem. Daar kun je zalf tegen wondjes, huidirritaties, verbranding door de zon en eczeem van maken, maar veel mensen weten dat niet, daarom geven we workshops. Die gele bloemen ginds zijn van de aardpeer.'
'Eigenlijk is het een way of life,' zei hij toen we aan een lange tafel onder een afdak waren gaan zitten. Ik vroeg hem hoelang hij dat al deed, hazelnoten rapen in de stad. 'Vroeger als kind deed ik het al, de laatste jaren ben ik er bewuster mee bezig. Ik heb kilo's hazelnoten geraapt. In Rotterdam stikt het van de hazelaars. Het is eigenlijk een struikachtige boom die vrij laag is. De hazelaars die in de stad staan, zijn geënt op andere bomen zodat ze wat hoger zijn. Ik ben er ook pas later achtergekomen dat er verschillende soorten hazelaars zijn, met kleinere en grotere hazelnoten.'
Als er zoveel hazelaars in de stad staan, hoe komt het dan dat je zo weinig mensen hazelnoten ziet rapen? Nitai: 'Het viel mij op dat je dat mensen uit andere culturen wel ziet doen, maar Nederlanders niet. We zijn het als stadsbewoners kwijtgeraakt. We leven in een maatschappij dat alles voorverpakt is. Een hoop mensen herkennen ze niet eens als hazelnoten. Het wordt nu wat hipper.'
Ze zijn zo netjes verpakt
Hij tikte met een hazelnoot op tafel. Tik tik tik. 'Er kan niets mis mee zijn,' zei hij, ' hij zit netjes in een verpakking waar plastic niet tegenop kan.'
Behalve op de al genoemde locaties vind je volgens Nitai hazelaars in de Rodenrijselaan, achter de Goudsesingel, alles bij elkaar honderden in de hele stad. Hoe zit het met andere notenbomen?
Aha, daarover zijn wildplukkers heel wat geheimzinniger. 'Informatie over hazelaars willen ze graag met je delen omdat er zoveel zijn, maar als ze een walnoot tegenkomen, houden ze dat liever voor zichzelf. Die bomen hebben het soms zwaar. Mensen proberen de noten er met takken uit te gooien. Ik vind wel eens hooguit tien-twaalf nootjes. Op een aantal plekken in Rotterdam staan tamme kastanjes, lekker om te poffen. In het Kralingse Bos vind je heel veel beuken. Maar beukenootjes vind ik zelf niet zo interessant.'
Nitai beperkt zich niet tot notenbomen. Vlierbessen weet hij te staan en met paddestoelen is hij voorzichtig begonnen. 'Paddestoelen zijn voor de gevorderde wildplukker. Nederland is mycofoob vergeleken bij Frankrijk en Oost-Europa, waar het de normaalste zaak van de wereld is om in de herfst met een mandje de natuur in te gaan. Ikzelf vind de zwavelzwam een fijne paddestoel, felgeel aan de onderkant, je kunt hem haast niet missen. Hij smaakt naar kip en heeft een lekkere bite; daarom wordt hij ook wel boskip genoemd. Hij groeit in het Kralingse Bos en in het Lage Bergse Bos.'
Voor rucola hoef je niet naar de winkel
Als je dan toch besluit om verder te leven als een post-evolutionaire jager-verzamelaar: ook voor rucola hoef je niet naar de supermarkt. Groeit in het wild, weet Nitai. 'Wilde peen heb je. De Fransen zijn helemaal wild van molsla, dat zijn de blaadjes van de paardebloem. In het voorjaar kun je van distels bijna asperges maken. Tsjak tsjak met een mesje de stekels weghalen en dan zo opeten. Of in de salade doen, kan ook natuurlijk. Erg lekker.'
'Begin met hazelnoten, rozenbottels en bramen,' gaf Nitai aspirant-wildplukkers als tip mee.
Foto boven: Nitai bij de hazelaar op de Nieuwemarkt achter de Botersloot. Kijk voor alle locaties op de wildplukwijzer.