Elke stad heeft wel een restaurant dat niet weg te denken is uit het straatbeeld. Een constante factor, een zaak die er altijd is en er altijd zal blijven. Die goed is en soms ook weer niet, maar waarnaar je toch terugkeert. Het onbekende lonkt, maar het bekende beklijft.
In Dordrecht heb je ook zo’n restaurant. We hebben het over Costa d’Oro op de Voorstraat, in de schaduw van de Grote Kerk. In 1972 opende de Siciliaan Giovanni Battista Balistreri hier het eerste Italiaanse restaurant in Hollands oudste stad.
Pizza's. Je zag ze wel eens in een film
Tot dan toe was de Chinees het meest exotische buiten-de-deur-eten. Pizza’s. Ach, je had er wel eens iets over gehoord, of in een film gezien. Rare belegde pannenkoeken met kaas. Maar Balistreri had goed gegokt. Zijn zaak met de groene deur werd de lokale place to be voor wie wel eens wat anders wilde dan nasi goreng of een varkenshaas in champignon-roomsaus bij Van der Valk. Decennia kom ik er al over de vloer. Eerst met vrienden, dan met vriendin en latere vrouw. Eerst samen, dan met de kinderen. En nu komen de kinderen er met hun partners.
Pizza eten bij Costa d’Oro. Ik kende ooit iemand die zijn kinderen met de Italiaanse keuken liet kennismaken in de Amerikaanse keten Pizza Hut. Nooit iets van begrepen. Je ging toch naar Costa d’Oro? Dat deed je in een opwelling. Geen zin om te koken, iets te vieren, of gewoon trek in een pizza van Costa d’Oro. De gouden kust van Giovanni Battista Balistreri. Hij stond tot 1989 in de keuken. In dat jaar overleed hij plotseling op Sicilië. Zijn vrouw en zijn drie dochters Rosa, Sammy en Ginet gingen niet bij de pakken neerzitten en zetten de zaak voort tot op de dag van vandaag.
De pizza’s van Balistreri waren en zijn nog steeds klein. Een knapperige rand, een goede, klein gesneden vulling. Dus geen onherbergzame vlaktes vol lappen ham, grove stukken artisjok, repen paprika als bergkammen zo groot, champignons om onder te schuilen. Nee, verfijnd en smakelijk. Glas wijn erbij uit literflessen huiswijn. En snijden maar met de overwegend botte messen. Verder nog iets op de kaart? Ja, soep, vleesgerechten, pasta’s, sla, zelf gebakken brood en desserts.
Mandflessen aan het plafond, schelpen in de wand
Keukenstoelen rond de gedekte keukentafels, formica, mandflessen tegen het plafond, schelpen in de muur gepleisterd. Afbeeldingen van Sicilië tegen de wand, schrootjes. De open keuken is vooraan in de zaak. Halverwege soort van barretje dat lijkt op de receptie van een goedkoop hotel. Daarachter zit mevrouw Balistreri. Dat is het interieur van Costa d’Oro, al jaren ongeveer hetzelfde. Pinnen kun je er niet. Aan een creditcard hoef je niet eens te denken. De rekening wordt uitgeschreven op een papiertje en daarna harde cash.
De zaak heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op het kunstzinnige publiek van de stad. De dichter Jan Eijkelboom was er met vrouw en kinderen een vaste verschijning. Schilders; tekenaars; musici; schrijvers; journalisten, ze kwamen er allemaal. Laatst nog een dichter slapend aangetroffen achterin de zaak, het hoofd hangend boven zijn net leeggegeten bord.
De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het laatste jaren wel wat minder is geworden met de bezoekjes aan Costa d’Oro. De eigentijdse keuken en een Italiaanse restaurant waar pizza’s niet de hoofdzaak zijn, hebben de voorkeur gekregen. En daarvoor zoeken we meestal Rotterdam op. Maar zo nu en dan onbekommerd in de eetkamer van de familie Balistreri aanschuiven, blijft een traktatie.