De moestuin is populair tegenwoordig. We vinden ze in de stad terug op plekken waar je ze het minst verwacht: op daken zoals de dakakker op het Schieblock of de daktuin in Delfshaven. Rotterdam kent ook veel volkstuinverenigingen en daar zijn ijverige Rotterdammers van lente tot herfst in stilte bezig met hun eigen tuin van Eden. Elke tuin heeft een eigen verhaal, opgebouwd uit herinneringen en dromen.
In deze serie over Rotterdamse moestuinen volg ik drie Rotterdammers in hun tuin, en in deze eerste aflevering stel ik ze aan je voor. Richard en Ingrid hebben bij stadsboerderij Uit Je Eigen Stad een eigen moestuin. Ze volgen hier de cursus moestuinieren, want ze hebben een hoger doel: zelfvoorzienend leven op hun boerderij in Frankrijk. Nienke heeft al jaren een eigen tuin en vindt daarin de rust van het harde werken. Zij is voor geen kleintje vervaard, van konijnen of rupsen ligt zij allang niet meer wakker, ze heeft het allemaal al een keer meegemaakt. Caroline Zeevat is de professional in het rijtje. Het gaat haar om de zoektocht naar de gewassen die het beste in de stad groeien, maar ook om de mogelijkheden die nou juist de stad te bieden heeft.
Richard en Ingrid

Het paar heeft grootste dromen en die hebben heel wat voeten in de aarde. Daarom volgen ze verschillende cursussen om goed voorbereid het avontuur aan te gaan. Bij Uit Je Eigen Stad volgen ze de opleiding moestuinieren waar ze door professionele tuinders naar hun eerste oogstseizoen worden begeleid. De twee zijn ook vrijwilligers bij de stadboerderij, Ingrid leert zo ook hoe de verzorging, en de slacht, van de kippen in zijn werk gaat. Eenmaal in Frankrijk willen ze graag hun eigen chambre d’hote beginnen, met dieren op het erf en ontbijtjes met versgeraapte eieren.
Richard en Ingrid hebben ieder hun eigen stuk grond. Deze is in kaders verdeeld en er is uitgedacht welke groente waar wordt gezaaid. Dit heeft te maken met de vruchtwissel. Ieder jaar wordt er gerouleerd met de groenten om de bodem gezond te houden. Elke groenten gebruikt namelijk zijn eigen voedingsstoffen. Pas je geen vruchtwissel toe dan kunnen er ziektes aan de planten ontstaan en raakt de grond uitgeput. Je kunt ook rekening houden met welke groenten je naast elkaar zet. Zet bijvoorbeeld de uisoorten naast de wortelsoorten, dit voorkomt vraat. Behalve de locatie van de groente kan een net ook werken om ongenode gasten de toegang tot je jonge plantjes te ontzeggen. Meer hierover lees je in de volgende aflevering.
Bij Richard en Ingrid zijn de tuinbonen, aardbeiplanten, uien en sla de grond in gezet nadat ze zijn voorgekweekt. De worteltjes, radijsjes en spinazie zijn inmiddels ook gezaaid.
Nienke

De volkstuin waar Nienke haar energie in stopt is pas sinds het vorige seizoen van haar. Samen met haar vriend kan ze het stuk grond helemaal naar eigen hand zetten. De vorige tuin die zij jarenlang hadden was op hetzelfde complex, maar deze nieuwe tuin had ook een kas en bood weer veel nieuwe mogelijkheden. Het is duidelijk: Nienke is een bouwer, iemand die graag hard werkt om van niets een paradijs te maken. De vorige tuin was gewoon geen uitdaging meer.
Dat betekent veel werk in het vroege voorjaar. Het gazon wordt voor een gedeelte omgespit om daar een mooie moestuin van te maken. Van de gekapte bomen uit de tuin heeft ze houtsnippers gemaakt, die gaan dienen als looppaden tussen de verschillende groenten. Er komen ook houtsnippers rondom de aarde te liggen, in de hoop dat dit de slakken tegenhoudt. Afgelopen jaar was dit een groot probleem, de slakken vonden ook Nienke’s jonge sla en kool erg lekker. Het liefste gebruikt ze in haar moestuin alleen biologische producten en natuurlijke methoden en dus zal er geen slakkengif aan te pas komen.
Dit geldt ook voor het zaad dat ze gebruikt. Het liefste verzamelt ze haar eigen zaadjes uit biologische groenten. Bijvoorbeeld van een goed smakende biologische tomaat. Het hele jaar verzamelt ze deze zaden, droogt ze en bewaart ze voor het moment dat ze de grond in kunnen.
De radijsjes en aardappels heeft ze uitgezet in grote bakken, ook de sla is al de grond in, deze heeft ze eerst voorgezaaid in de kas. Tot mijn verbazing is de kas overigens helemaal wit geverfd. Dat blijkt om een hele praktische reden te zijn: in de volle zon wordt het anders veel te heet achter het glas. De fragiele plantjes zullen dan verbranden.
Caroline Zeevat

Caroline kennen we als de ongekroonde koningin van de stadslandbouw. Ze schreef al meerdere boeken over moestuinieren en ze is bij diverse stadslandbouwinitiatieven in Rotterdam betrokken. Zo zou je haar bijvoorbeeld ook kunnen kennen van het project in Schiebroek-Zuid. Hierbij hebben Caroline en de bewoners van de wijk meer dan veertig moestuinen gerealiseerd die niet alleen groenten en fruit opleveren, maar ook een sociale en bindende functie hebben. De opbrengst van de tuinen wordt verwerkt in gerechten en die worden weer verkocht op markten als de Rotterdamse Oogstmarkt.
Op volkstuinvereniging Eigen Hof heeft Caroline haar eigen volks-/moestuin. Ook maakt ze gebruik van een stuk grond dat helemaal aan het einde van het complex te vinden is. Hier kweekt ze eetbare bloemen en bijzondere kruiden. Het is een laboratorium in het klein. Het is een experiment welke gewassen het beste in de stad groeien. Hoe maak je gebruik van de voor- en nadelen die tuinieren in de stad met zich meebrengt en hoe zet je dat naar je eigen hand. Zo is het stuk grond dat je kan gebruiken vaak klein, hoe zorg je er dan voor dat het toch genoeg oplevert? Het is een doorlopend experiment en elk jaar worden er weer nieuwe planten gezaaid en sommige zijn blijvertjes. Haar zaden en bollen haalt ze bij goede kwekers en soms gaat ze naar het buitenland om daar op zoek te gaan naar soorten die ze nog niet kent.
Voor Jim de Jong (links op de foto), eigenaar en chef van restaurant De Jong, zijn deze bloemen en kruiden een bron van inspiratie. Hij verwerkt bijvoorbeeld de tulpen in zijn gerechten, die smaken fris en knapperig. Elke tulp heeft toch net weer een iets andere smaak. De viooltjes gaan heel goed samen met aardappel. Elke dag is anders, want de bloemen laten zich niet vertellen wanneer ze in bloei schieten.
Caroline’s tip voor de beginnende moestuinierder: begin klein, zaai wat je lekker vindt en maak het jezelf in eerste instantie niet te moeilijk.
Foto boven: Rudi Steenbruggen (Flickr)