Marcel Möring gaat een column schrijven voor De Buik van Rotterdam. De auteur van goed verkochte, bekroonde en vertaalde romans als Het grote verlangen, In Babylon, Dis en Louteringsberg maakte er op zijn achttiende een gewoonte van om elke twee weken met een vriend uit eten te gaan 'om die wereld te leren kennen'. Lezers koken de gerechten na die hij in zijn boeken beschrijft.
Waar eet je? 'Hier in Rotterdam? Eigenlijk overal, maar Lux is een soort buurtrestaurant voor ons, redelijk dichtbij en een betrouwbare plek om te eten. Ik vind het prettiger geworden nu het kleiner is. Ik spreek er ook wel eens met gasten af. Het is natuurlijk heel Rotterdams: je moet eerst die gruwelijke 's-Gravendijkwal af en daar zit dan ineens Lux. Dat vinden mensen van buitenaf altijd leuk.'
Kook je zelf? 'Ja, dat doe ik al vijfentwintig jaar bijna elke dag. Ik ben een schrijver, dus ik ben thuis. Ik begin meestal 's middags om een uur of half vijf te koken. Het varieert van zeer subliem tot zeer eenvoudig. Ik heb gisteren een soep gemaakt van broccoli en rode aardappelen, soms is het uitgebreider. Dagelijks koken is een plicht, een taakje.'
En de boodschappen? 'Die komen, hè, met Albert, haha.'
Zo'n kei van zuurdesem van Gimsel
Let je ook op wat biologisch is? Of kan dat je niets schelen? 'We eten geen vlees, wat mij betreft niet omdat ik vegetariër ben — mijn vrouw wel — maar omdat ik vlees niet lekker vind. Ik kijk wel een beetje of iets biologisch is, maar het moet niet te ingewikkeld worden. Ik ga er niet voor naar het soort winkels waar van die vrijeschooltypes komen. Ik haal wel vaak brood bij Gimsel, zo'n kei van zuurdesem — dat vind ik lekker.'
Naar het café? 'Nee, dat doe ik niet. Ik ga nooit uit. Ik houd niet van cafés. Ik zit liever thuis iets te drinken dan in een café. Daar is altijd veel lawaai; ik heb twee gehoorapparaten dus ik hoor meestal geen zak. En ik heb eigenlijk ontstellend weinig vrienden... Niemand om mee naar het café te gaan.'
Wij van De Buik willen wel een keer met je meegaan, hoor. 'Dat is heel aardig van je, maar ik ben daar geen type voor. Ik vraag me altijd af waarom je ergens heen moet gaan om te doen wat je thuis ook kunt doen.'
Laat je de wijn ook door Albert brengen? 'Dat ligt eraan. We drinken door de week gewoon consumptiewijn, geen grand-cru's die overdekt door spinnenwebben uit de kelder komen. Ik houd erg van wijn, maar ik ben ook praktisch.'
Koffie? Lebkov wat mij betreft
We zitten nu bij Hopper. Is dit jouw vaste plek? 'Dat is eigenlijk Lebkov. Die past wel bij mijn niet-uit-willen-gaan. Het is daar erg utilitair: koffie in een kartonnen beker... Het is er rustig, overzichtelijk, clean met van die witte tegeltjes. Als je trek hebt, kun je er gewoon een boterham eten zonder dat er weer een krul van komkommer bij moet of een toefje alfafa. Wat ik eigenlijk wil is zo'n stalinistisch volksrestaurant met portretten van Lenin en Marx aan de muur...'
Daar noem je ook een paar chefs. '...en waar dames in witte schortjas je eten brengen. Stamppot in een diep bord, een kuiltje erin voor de jus...'
Ik ben bang dat niet iedereen het met je eens is... 'Ik denk dat het een hit zou zijn van heb ik jou daar. Al dat gelul met een broodje met Brabantse blauwe schimmelkaas en dan zitten er ineens aardbeien en frambozen bij, nee. Dus Lebkov wat mij betreft. Goeie koffie.'
Wordt er in jouw boeken veel gegeten? 'Ja, altijd. Er zitten bijna altijd gerechten in. Ik krijg ook wel mail van lezers die dat nagekookt hebben, ja, haha. De hoofdpersoon in Louteringsberg kookt in bijna elk hoofdstuk een maaltijd. Niet eens om op te eten, want hij heeft geen trek meer, maar omdat hij dat gewend is.'
Foto boven: Marcel Möring koopt zijn brood ook wel eens bij Hopper.