Tijdens een bezoek van De Buik aan het onlangs geopende Charlie's Kitchen werd duidelijk dat niet iedereen de komst van de pop-up-lunchroom toejuichte. Gelukkig bleek het door concurrenten geuite dreigement – de zaak zou het nog geen week uithouden – loos. Toch staat dit voorval niet op zichzelf. De zweem van oneerlijke concurrentie die tijdelijke horeca omringt, leidt soms tot gemor in de stad. Hoog tijd voor een rondje onderbuik in pop-up-land.
Sociaal barbecueën op het dak van een parkeergarage. Een eitje scoren bij de Ontbijtbar aan het Kruisplein. Of een vers visje op het Noordereiland, terwijl je een fenomenaal uitzicht over de Nieuwe Maas krijgt voorgeschoteld. Voor ondernemers kan het aantrekkelijk zijn om in een leegstand pand of op een verlaten plein een nieuw concept uit te testen. De huurkosten zijn laag en het aanvragen van een (speciale) vergunning heeft de gemeente Rotterdam vergemakkelijkt. Bovendien denkt en werk de gemeente mee - zegt de gemeente.
Het mes snijdt bij pop-uphoreca aan meerdere kanten, want ook de buurt profiteert mee. De ervaring leert dat het een groep nieuwe bezoekers naar een gebied trekt. Zo verlevendigt A La Plancha al drie jaar achtereen het Noordereiland tijdens de zomermaanden. Tegelijkertijd zijn de vastgoedboeren blij, want een pand, eveneens de omliggende, nemen in waarde toe. BAR deed het trucje voor op de West-Kruiskade, waar nu vaste huurder Soi 3 zit. Wat kun je hier nou op tegen hebben?
'Als pop-up een opstap voor beginnende ondernemers is, heb ik er geen problemen mee', zegt Richard Meijer van restaurant Mevrouw Meijer. 'Ze moeten dan wel een compleet ingerichte zaak kunnen neerzetten. Ergens restaurantje spelen, zonder te voldoen aan de brandveiligheidseisen en de aanschaf van een fatsoenlijke afzuiginstallatie, kan niet zomaar. Anders werkt het oneerlijke concurrentie in de hand.' Een andere Rotterdamse chef, die niet bij naam genoemd wil worden, valt Meijer bij: 'Ze huren voor een schijntje, terwijl ik vastzit aan enorme investeringen.'
'Pop-up-ondernemers stellen anderen op scherp'
Rob Baris van Z&M Delicatessen vindt een lage huurprijs vanwege de korte opzegtermijn juist 'logisch'. Het is in zijn ogen goed om starters op weg te helpen, zonder al te hoge kosten. Wel moet er volgens Baris beter op gelet worden dat een pop-up daadwerkelijk een pop-up is. 'Kun je bij een iedere zomer terugkerend restaurant nog spreken van een tijdelijk karakter?' Tegelijkertijd stelt de gelouterde horecaondernemer dat het geklaag in de stad over oneerlijke concurrentie al snel kinnesinne is. 'Pop-up-ondernemers zijn smaakfris en hebben er zin in. Ze stellen andere ondernemers op scherp.'
De soep wordt dus niet zo heet gegeten als de heren hem graag opdienen. En natuurlijk zijn er ook andere partijen die een oogje op het fenomeen houden. Een eigenaar van een pand of een stuk grond oefent bijvoorbeeld invloed uit op wie er met welk concept neerstrijkt. Zo zeggen woningcorporaties Havensteder en Woonstad Rotterdam erop toe te zien dat 'hun' pop-ups weinig tot geen overlap hebben met al aanwezige horeca in een straat of buurt. Verder is een (kortlopende) exploitatie- of evenementenvergunning meestal een vereiste. Daarmee vindt een tweede selectie aan de poort plaats. Ditmaal door de gemeente, brandweer, milieudienst DCMR, politie en ga zo maar door.
'Ontbijtbar bedoeld om te zien of er meer met het Kruisplein kan'
'Eigenlijk is het gek', zegt Roeland Flierman, een van de ondernemers achter de pop-up Ontbijtbar en de Biergarten – ooit zo begonnen. 'Ik ben geen uitgesproken voorstander van pop-up, want je moet kunnen bouwen aan iets duurzaams.' Flierman vindt het door de gemeente gestelde maximum van zes maanden dan ook te kort. 'Ontbijtbar is bedoeld om te kijken of er meer met het Kruisplein kan. Je moet langzaam kunnen investeren en dus denken in termen van twee tot drie jaar. Dan pas zie je wat er echt mogelijk is.' Wat daar volgens de ondernemer bij nodig is, is een flexibele instelling van de vergunningverlenende instantie.
'Kledingwinkel en bar gaan niet samen'

Enerzijds regels, het leuk willen maken anderzijds. De gemeente zit in een spagaat. Een zevental horecagebiedsadviseurs, aangesteld na het opheffen van de deelgemeenten, moet het stadsbestuur uit deze ongemakkelijke positie bevrijden. 'Meer aan de initiatiefkant zitten', noemt een ingewijde dit, 'door de wijken in te gaan en met ondernemers mee te denken over mogelijkheden'.
De gebiedsadviseurs moeten ook het enthousiasme voor pop-up-horeca aanwakkeren, want het aantal initiatieven blijft achter bij de verwachting. De gemeente zinspeelt daarmee op een flexibelere omgang met wet- en regelgeving. Juist bij pop-up's, omdat die zich toch vooral vestigen in straten en gebieden die een extra steuntje in de rug nodig hebben. Daar waar reguliere horeca niet zomaar overleeft. Diezelfde ingewijde erkent ook dat de gemeente aan sommige regels echt niet voorbij kan: 'Een kledingwinkel en een bar zullen daarom nooit samengaan zolang de huidige drank- en horecawet geldt.'
'Een commerciële, platte zaak zijn we niet', zegt Marjolein Dekker van Stroop Rotterdam. In een leegstaand pand op de Mathenesserweg begon Dekker augustus vorig jaar met het verkopen van design, vintage, koffie én stroopwafels. 'We zijn een winkel, maar vervullen ook een buurtfunctie door de activiteiten die we organiseren. Die stroopwafels zijn geen doel op zich, maar een middel om mensen hier naartoe te krijgen.' De deal met pandeigenaar Havensteder bestaat uit een lage huurprijs in ruil voor een levendige buurt.
Dit betekent niet dat Stroop een vrijbrief heeft. Na de klacht van een ondernemer in de buurt, over de uitbreiding van Stroops kleine kaart, werd Dekker onlangs op de vingers getikt. Met de iedere dinsdag door vier studenten gekookte 'Soep de Joer' zou Stroop oneerlijk concurreren. Immers: nu soep, morgen biefstuk? Dekker: 'We houden de kaart klein, maar staan open voor ideeën die mensen bij ons komen pitchen, zoals nieuwe broodjes.'
Rechts inhalen
Wat het rondje pop-up duidelijk maakt, is dat kwalitatieve horecazaken en vindingrijke ondernemers weinig te vrezen hebben van hun tijdelijke collega's. Bovendien versterken ze elkaar in veelvoorkomende gevallen. De pop-up lokt namelijk een nieuwe doelgroep de straat in en heeft behalve een economische ook een maatschappelijke doelstelling.
Uiteindelijk zijn het vastgoedeigenaren en de gemeente die de troef in handen hebben om eventuele oneerlijke concurrentie te voorkomen. Zij bepalen waar en met welk concept een pop-up neerstrijkt. Ondernemers die zogezegd stilstaan hebben daarentegen wel wat te vrezen. Rechts ingehaald worden, is nu eenmaal pijnlijk.
Grote foto: Pop-up Stroop aan de Mathenesserweg