Je vindt er een Turk, een Japanner, wat Fransmannen en een Hollander. Maar aan een fleurige Afrikaan ontbrak het nog op het Westelijk Handelsterrein. Waar Restaurant & Wijnbar Smaak pasgeleden de deuren sloot, is begin januari Gojo geopend. Een traditioneel Ethiopisch restaurant, waar eten met je handen moet en het na afloop aflikken van je vingers mag.
Een typisch horeca-echtpaar zijn de eigenaren Tadesse en Ina Tessema niet. Hij, elektrotechnicus van huis uit, ontwierp bussen voor het vervoeren van mensen in zijn geboorteland Ethiopië. Zij, een Hollandse, verrichtte vrijwilligerswerk op een basisschool. Over een ding waren ze het roerend met elkaar eens: de keuken van Afrikaanse en Ethiopische restaurants in Rotterdam is te verwesterd. De smaken te afgevlakt. Dus begonnen ze Gojo en gaan ze er prat op dat iedereen bij hen het échte Ethiopië kan ervaren. Kom maar op, dacht deze Buik.
Met z'n allen eten uit de mesob
Eten bij Gojo doe je, naar Afrikaans gebruik, met je handen. Zoals we gewend zijn van De smaak van Afrika en Viva Afrika. Het bestek is in feite de injera, een luchtige pannenkoek waarvan je een stuk afscheurt en waar je vervolgens het eten mee pakt. De traditionele injera's (zuurdesem) zijn gemaakt van teff (een lokaal, glutenvrije graansoort) en worden ingevlogen vanuit Ethiopië. Er is ook een huisgemaakte, minder zure variant. De eigenarenvan Gojo proberen zo veel mogelijk ingrediënten vanuit Ethiopië te importeren.
De kaart staat vol met gerechten waarin de kruidige sauzen/stoven centraal staan (wot geheten). We nemen mager rundvlees in een licht pikante saus. Een milde saus van spinazie; pompoen met uien; gemalen linzen; en gekruid schapenvlees. We krijgen het eten geserveerd in een mesob, een flinke van riet gevlochten mand. Daaruit eet je met z'n allen. Op de bodem liggen de injera's, daarop staan diverse schaaltjes met de verschillende gerechten. Sommige zijn pittig, andere zacht van smaak. Maar allemaal lekker kruidig door de berberi (peperpasta).
De bediening helpt bij het handjeswassen
O ja, voordat je begint, was je bij Gojo je handen. Middels een wasritueel, waarmee de bediening je aan tafel helpt. Ook na afloop. De Afrikaanse sfeer is op subtiele wijze het restaurant in gefietst, al zal de terugkerende bezoeker een gedeelte van de inventaris van de vorige huurder herkennen. De muren hebben een frisse gele en een terracotta-achtige kleur. Er hangen traditionele snaarinstrumenten en schilderijen. De wandkleden en kussens zijn in de kleuren van enkele van de tientallen stammen die Ethiopië rijk is. En voor zover het inschattingsvermogen van deze Buiker reikt, hebben keukenbrigade en bediening Ethiopische roots.
Op de drankenkaart is het even zoeken naar de African-touch. De zaak is net open en een aantal dranken moeten nog overkomen uit Ethiopië, honingwijn bijvoorbeeld. Verder staan er op de kaart verschillende Mongozo-bieren (die in België worden gebrouwen).
Waar staat Gojo eigenlijk voor? vraag ik eigenaar Tadesse. ‘Gojo zegt alles. Wat je bezit, waar je bijhoort’, antwoordt hij mij. Gojo is namelijk het Ethiopische woord voor de ronde lemen hutjes met een rieten dak. Alles en iedereen op het platteland woont en slaapt daarin samen. Koeien incluis.
Koffiebonen roosteren op een vuurtje
Hoewel je een levende veestapel binnen niet zult aantreffen, wil Tadesse je bij Gojo vooral zijn geboorteland laten ervaren. In een ongedwongen sfeer. Daar horen optredens van traditionele danseressen bij; het handenwasritueel; maar zeker ook de koffie. Want Ethiopië is een echt koffieland. Het is de plek waar ooit de eerste wilde koffiebonen werden geplukt.
De koffieceremonie is volgens de eigenaar dan ook het allerbelangrijkste van de avond. Na de maaltijd kiezen we daarom zonder morren voor een traditioneel bakkie. Negeer de plotseling voorbijtrekkende rookgeur, want die is afkomstig van de ter plekke gebrande koffiebonen. Je kunt ze zelfs nog even goedkeuren voordat ze gemalen in de pot op het vuur verdwijnen.