Wie regelmatig pizza in Rotterdam eet, heeft er vast weleens een gegeten van Adriano. Deze Siciliaan heeft in restaurants door heel Nederland (o.a. La Borsa en La Pizza in Rotterdam) het deeg tot pizza geslagen. Totdat het tijd werd om zijn eigen zaakje op te zetten, want: 'Op een gegeven moment wil je het gewoon graag zelf doen.' Dus opende hij een pizzeria in de Pieter de Hoochstraat, in Delfshaven.
Een bewuste keuze, want hij kent de wijk goed. De mensen die hier wonen, hoeven dan niet ver weg voor een goede pizza. Vanavond eten we dus Da Adriano, bij Adriano. Adriano Pappalardo komt uit een familie van pizzaioli, pizzabakkers. Zijn oom - il fratello di mia madre, de broer van mijn moeder, zo specificeert hij - runt bijvoorbeeld het restaurant Il Siciliano in Spijkenisse.
Ook het overgrote deel van de Italianen die in Rotterdam wonen kent hij. Vol trots laat hij de wand met familiefoto's zien. Pizzabakken zit hem in het bloed, Adriano verstaat zijn vak als geen ander. 'De beste leerschool is het werkveld. Ervaring opdoen in de keuken is de enige manier om een goede pizzabakker te worden.' Ook zijn Nederlands heeft hij in het restaurantwezen geleerd. ‘Tja, je moet wel.’ Maar wij babbelen lekker in zijn moedertaal.
De houtoven komt nog
De pizzeria is strak ingericht. Aan de bordeauxrode muren hangen zwart-wit foto's van bekende Italianen en aan de plafonds chic ogende kroonluchters. Eenvoudig, zoals een pizzeria in Italië. Maar de zaak staat nog wel wat in de kinderschoenen. Zo is de tap nog leeg en moet de houtoven nog gebouwd worden. 'Die ga ik straks zelf bouwen met bakstenen', zegt Adriano enthousiast. Want een houtoven wordt gemaakt met baksteen, vindt hij.
Geen bier dus. Wel Italiaanse sappen. Daar moeten wij, drie dames van in de dertig, die stiekem een beetje gek zijn op Italianen, een beetje om gniffelen. Maar het zijn vruchtensappen uit Italië: peer, perzik, abrikoos. Wij nemen een karaf rode wijn (Montepulciano d'Abruzzo) en een fles Acqua Panna tegen de dorst. Op de kaart staat een interessante keur aan pizza's, een lijst voorafjes en een lijst toetjes. Vooral die toetjes liegen er niet om: heerlijke zoetigheden als cannoli en mierzoete cassata die op Sicilië worden bereid. De tiramisù maakt Adriano zelf in Nederland.
Lasagne en gnocchi
Mocht je net als ik de dag ervoor ook al pizza hebben gegeten, dan zijn er twee primi: lasagne en gnocchi. Ik ben een sucker voor gnocchi, dus laat de pizza aan mijn tafelgenoten over, wetende dat ze die toch niet helemaal op krijgen en wel een stukje voor me zullen achterlaten op hun bord. Hun keuze valt op een machtige quattro formaggi (vier kazen) en een pizza die rijkgevuld is met San Daniele-ham. Oordeel: de bodem is niet te dik en niet te taai, het beleg niet te karig, de smaak niet té zout. Lekker dus.
Afhalen kan ook bij Adriano, thuisbezorgen doet hij niet. De ondernemer heeft nog grootste plannen met zijn zaak. Zo wil hij ’s ochtends een Italiaans ontbijt serveren (lees: cappuccino met een zoet broodje) aan de studenten van de Theaterschool aan de overkant. Of authentiek ijs verkopen, want de beste ijssalon zit volgens hem in Scheveningen. Dat kan natuurlijk niet! Maar zover is het nog niet. Voorlopig houdt hij zich lekker bezig met pizza’s bakken.