Zeven jaar geleden werd Femke Snijders straalverliefd op Rotterdam, en de stad heeft het geweten. Ze verrijkte de plaatselijke horeca en het uitgaansleven met PicknickRotterdam, het Oranjebitter-festival en met Bar Aloha, waarmee afgelopen zomer het tweede leven van voormalig zwemparadijs Tropicana werd ingeluid.
Genoeg daadkracht voor een heel Rotterdams mensenleven, zou je zeggen. Maar Femke (29), Twentse van geboorte, is niet van plan om het daarbij te laten. Wat haar betreft kan het hier altijd nóg leuker.
Hoe kwam je in Rotterdam terecht? ‘Ik moest als studente van de Hogere Hotelschool in Leeuwarden ergens stage gaan lopen, maar wist niet goed waar. Toen ik verliefd werd op iemand in Rotterdam was de keuze gauw gemaakt, al kende ik de hele stad niet. De verkering ging over, maar de liefde voor Rotterdam bleef. Ik kwam veel in koffiebar Toaster in de Pannekoekstraat, en daar zaten elke dag allemaal talentvolle en hoogopgeleide generatiegenoten die veel van de stad hielden en er iets voor wilden betekenen. Bijvoorbeeld door meer plekken te gaan creëren waar we als jongeren graag zouden willen komen. Leuke dingen opzetten. Goeie cafés en restaurants bijvoorbeeld.
Dat was het idee achter Picknick? ‘Ja, ik ben mijn hele leven al met lekker eten bezig. En ik verbaasde me erover dat het in Rotterdam ontbrak aan een ontbijt- en lunchzaakje zoals je die in bijvoorbeeld in New York veel hebt. Met uitstekende koffie en andere kwaliteitsproducten, zonder meteen pretentieus te zijn. Toen we het pandje van Proef van Marije Vogelzang konden overnemen, zijn Dennis Ebeli en ik met Picknick begonnen. Later is Dennis verdergegaan met zijn sokkenmerk Alfredo Gonzales en heeft hij zijn eigen succesverhaal geschreven. Veel van die jongeren toen uit Toaster hebben in Rotterdam hun kansen gegrepen en zijn hier nu creatieve ondernemers.’
Wat betekent dat voor het Rotterdam van nu? ‘De stad heeft altijd ruimte geboden aan pioniers, ook nu. Er kan hier nog steeds zo veel, en je kunt het ook helemaal zelf van de grond tillen. Zeker als je gelijkgestemden voor je ideeën vindt. Het eerste Oranjebitter-feest op Koninginnedag was meteen geslaagd doordat we er met nul budget maar wél een heleboel gelijkgestemden de schouders onder hebben gezet. Vormgevers, dj’s, artiesten - iedereen vond elkaar in het plan om er samen iets leuks van te maken. Die sterke loyaliteit aan elkaar en aan de stad, dat is ook typisch Rotterdams als je het mij vraagt.’
Je verraste zo ongeveer iedereen in de stad als nieuwe exploitant van Tropicana. ‘Ik werd erover benaderd door Vincent Taapken van New Industry, die zich inzet voor het herbestemmen van oude fabriekspanden en openbare gebouwen. Ik heb ja op het voorstel gezegd omdat ik vind dat Tropicana stedelijk erfgoed is en ook van grote nostalgische waarde voor Rotterdammers. Het ligt op een van de waanzinnigste locaties van de stad, dus ik zag het terras aan de rivier al voor me. Tropicana moet opnieuw een plek voor alle Rotterdammers worden, maar we doen het rustig aan. We moeten die loyaliteit van de bevolking nog verdienen. Een echte commerciële exploitant zou in dat opzicht veel te hard van stapel zijn gelopen, er zijn gaan zitten om er snel geld te kunnen verdienen. Het is al vaker bewezen dat je het op die manier in Rotterdam verpest. Dan blijven de mensen gewoon weg.’
In de eerste paar maanden dat Bar Aloha in Tropicana open was, zagen we toch vooral hipsters. ‘Ja, het is oppassen geblazen dat het publiek zich niet tot hen blijft beperken. Maar dat verwacht ik niet. We willen ook in Tropicana op geen enkele manier iets van pretentie uitstralen, het moet gewoon op en top Rotterdams blijven: simpel, normaal en eigenzinnig tegelijk. Ieder moet er op zijn eigen wijze van kunnen genieten dat we dat gekke gebouw nog steeds in onze stad hebben. Tropicana is emotie voor een heleboel verschillende Rotterdammers.’
Je groeit in snel tempo uit tot een onderneemster die het verschil wil maken in Rotterdam. Wat kunnen we nog meer van jou verwachten? ‘Ik zou in de MiniMall heel graag een toffe bowling willen beginnen, met een Amerikaanse uitstraling en Amerikaanse gerechten. In Picknick zijn we al een tijdje besmet door het bowlingvirus, of je nou met je personeel, je familie of met vrienden gaat, het is gewoon leuk, en de MiniMall is er de ideale plek voor. En ik denk na over het terugbrengen van de authenthiek-Hollandse snackbar, maar dan een met kwaliteitsproducten en met een moderne visie daarachter. Zoals we die dit jaar met Sticky Fingers op de Parade hadden. Maar ik denk er alleen nog maar over, hoor! Ik wil me er niet voor bij een bank in de schulden hoeven steken. Als ik het ooit voor elkaar krijg, dan is het van mijn eigen muntjes.’
Maar je blijft hoe dan ook in Rotterdam? ‘Absoluut. Ik zou nooit ergens in Nederland een onderneming willen starten, want daarvoor voel ik me in zeven jaar tijd véél te veel Rotterdamse. Ik ben mijn toenmalige verkering nog steeds dankbaar dat ik hier mee naar toe genomen ben!’