Aan de Willem Buytewechstraat staat zo’n gebouw dat al veel heeft gezien. De Machinist was een plek die ooit bruiste, maar na corona zijn allure verloor. Zonde, vond Rotterdamse horecatycoon Herman Hell. Een echt Rotterdams pand met zoveel geschiedenis laat je niet verdampen, je brengt het tot leven! “Dat past precies in ons straatje.”
De Machinist: net heropend
En dus nam hij De Machinist over, verbouwde de boel en opende eind januari de deuren. Hij vertelt erover met het soort overtuiging dat je alleen hebt als je al twaalf andere iconische zaken runt: “De Machinist is echt een geweldige plek voor de stad, maar de loop was er écht uit. We moesten dus een manier vinden om een nieuwe look en feel te brengen die eer doet aan de historie, maar mensen ook weer op een nieuwe manier uitnodigt.”
In een mooi rijtje

En dat is niet te veel gevraagd voor Herman, want hij wist meteen dat hij daar de juiste persoon voor was. Met Hell’s Kitchen heeft hij twaalf andere zaken, zoals NRC, Van Zanten, Wester Paviljoen en Het Hart van Vlaardingen.
Deze zitten bijna allemaal in iconische panden: “Dit is wat wij doen, iconische locaties maken met respect voor de historie, maar vooral waar Rotterdammers kunnen samenkomen, de hele dag door.”
Een kijkje in de machinekamer

Dat begint dus in het grandcafé, de hele dag open en bedoeld als huiskamer van Delfshaven. De Machinist is al een plek waar veel gebeurt, er zit een kinderdagverblijf en er zijn verschillende bedrijven gevestigd.
“En nu komen mensen dus in het grandcafé hun eerste koffie halen, studenten duiken er in de boeken en ondernemers ontmoeten elkaar. ’s Avonds schuiven vriendengroepen aan voor een biertje”, zegt Herman nuchter. “We willen onderdeel worden van het collectieve geheugen van dit gebied.”
Het grandcafé loopt over in het restaurant, verwacht er tafelkleden zonder dat het te intimiderend is. Alles wijst op een Franse sfeer en menukaart, maar vooral een Rotterdamse mentaliteit.
Achter het fornuis staat voormalig chef van Loos (ook een zaak van Herman), Dimitri. “De ultieme ervaring is het viergangenmenu”, zegt Herman enthousiast. Dat begint met Franse gerechtjes om te delen, daarna pak je ‘flessenpost’; op tafel staat een fles met elke week een ander vis-tussengerecht. In de zomer komt die vis gewoon rechtstreeks van Viskantine, de pop-up aan het water. “Het hoofdgerecht daarna kies je zelf, op Franse wijze.”
En dan het dessert: de pain perdu [wentelteefjes, red.] wordt enorm veel besteld, merkt Herman. “Tot op de dag van vandaag neemt bijna iedereen een dessert en dat heb ik nog nooit meegemaakt”, zegt hij verbaasd. “Waarschijnlijk omdat de presentatie klein maar heel verleidelijk is. Mensen kunnen het niet weerstaan.”
De Rotterdammer die niet anders kan

Herman is als Rotterdammer blij dat hij met De Machinist iets teruggeeft aan de stad. “Het voelt of ik de stad leuker kan maken, daar ben ik trots op”, zegt hij. Maar hij romantiseert niet: de horeca is pittiger dan ooit!
“De verwachting van het publiek is sinds corona heel anders geworden. Mensen zijn de horeca meer gaan waarderen, omdat ze tijdens de pandemie merkten dat het echt een belangrijke verbindingsfactor heeft. Dat is leuk, maar daarmee komt ook een hoger verwachtingspatroon.”
Bovendien is alles duurder geworden voor de ondernemers, dat maakt het volgens Herman moeilijk om een bedrijf langdurig levensvatbaar te houden.
'Doe het niet'
Als jonge ondernemers hem om advies vragen, is hij ongezouten eerlijk. “Vaak is mijn advies: doe het niet!”, lacht hij. Hypocriet advies van iemand met dertien zaken? Nee, Herman wil jonge ondernemers niet ontmoedigen, “maar het is geen business die je half kunt doen. Het kan alleen met heel je hart en kost offers; dat realiseert niet iedereen zich”, legt hij uit.
“De enige manier is als je het heel erg leuk vindt om te doen, als je er energie uit haalt of voor je stad doet, zoals ikzelf. Ben je niet bereid die offers te brengen, dan kun je beter bij voorbaat wat anders gaan doen.”
Deel van het leven

De heropening is voor Herman geslaagd wanneer De Machinist meer is dan een restaurant. “Maar vooral onderdeel wordt van het leven in en rondom Delfshaven.” De Machinist is dus terug en dit keer klopt het ritme van het pand weer met de stad eromheen.