De mannen achter De Willem en Roest wilden met het Stadscafé een nieuw, toegankelijk eetcafé neerzetten, zowel voor de buurt als voor de hotelgast. Een plek waar je comfortfood eet en lekker kunt drinken, van ontbijt tot de late avond. Of dat gelukt is, betwijfelen we. Wat het prijsniveau betreft, zit het wel goed, maar de inrichting en de gerechten zijn veel geraffineerder dan je zou denken bij de naam Stadscafé. Daarmee steekt het Stadscafé Café de Willem en Roest naar de kroon.
Inrichting om er een tandje bij te zetten

Daar ging het volgens chef-kok en mede-eigenaar Jef van den Hout bij de inrichting al mis. De inrichting is van de hand van Gestalt Architecten uit Antwerpen en die hebben er een enorm sfeervolle zaak van gemaakt, maar geen stadscafé. Het is tijdloos, met een beetje bordeauxrode tinten en veel verschillende zitjes en hoekjes, zodat het meer op een stijlvolle stadsvilla lijkt dan op een café. Jef vindt dat de stijl van koken en het interieur bij elkaar moeten passen en daar kunnen wij het helemaal mee eens zijn.
Perfectionistische chef

Op de kaart speelt Jefs voorliefde voor Aziatische smaken vaak een rol. Al pratend vertelt Jef dat ze nog maar net begonnen zijn en dat de gerechten nog niet helemaal zijn wat ze moeten zijn. Maar dat is natuurlijk de perfectionistische chef die dat zegt. Even een spoiler: we kunnen nu al verklappen dat we er helemaal niets van merkten.
Wijnkaart met verrassingen

We begonnen op deze mooie nazomerse donderdagmiddag op het terras. Wat is dat toch een fijne plek om te starten met een glaasje bubbels en eventueel een bite. Wij kozen voor een Italiaanse pet-nat uit Veneto en een glas mousserend rood. Dat laatste doen we nooit. Over het algemeen wordt mousserend rood wat te zoet, omdat de gisting vaak eerder gestopt wordt, waardoor er meer suikers achterblijven. In dit geval niet. Hier werd de ‘Rosso Mosso’ geschonken van de biodynamische producent Alois Lageder uit Noord-Italië. Heerlijk op zo’n zomerse namiddag.
De wijnkaart bij Stadscafé mag er sowieso zijn, is betaalbaar (al vanaf 5 euro drink je een glas) en heeft leuke vondsten. Zo is er een heel drinkbare verdicchio op de tap, naast een zelfs niet zo dure witte Bourgogne. Beide zijn per glas, halve liter of liter te bestellen.
De chef bepaalt

Wat we willen eten? Wij dachten: laat Jef maar kiezen. Als eerste kwamen er drie bordjes met snacks op tafel. Char siu-kroketjes, heerlijk van smaak. Maar Jef was zelf niet tevreden over de dikte van de korst. “Die moet nog wat dunner”, vertelde hij. Twee yakitori, in dit geval van varkenswang met zwarte knoflook, vadouvan-uitjes en mango. Geweldige combi. En een schaaltje chips met een luchtige dip van room met de zoute touch van foreleitjes.
Eendenborst als een vitello

De volgende drie bordjes kwamen uit de categorie voorgerechtjes. De plak octopus van de terrine zag er geweldig mooi uit. De radijs van de BBQ op een bedje van hummus met krokante kikkererwten bleek een hele fijne, pittig-knapperige verrassing te zijn.
Maar wij werden toch het meest geraakt door de eendenborst. Hier komt deze licht gerookt. Haast als een vitello gepresenteerd, maar met een garnituur om niet te vergeten. Comté, krokante boerenkool, ingelegde oesterzwammen en een caesarachtige dressing. Niks meer aan doen.
Hardloper van de rotisserie
Al het goede bleef in drieën komen. Er verscheen een bord met een halve kip van ’t spit. Ze hebben een mooie vintage rotisserie staan. Dit is, samen met de burger, de hardloper van Stadscafé, vertelde chef Jef. Perfect gegrild, met een caponata om het wat minder saai te maken. Natuurlijk kunnen daar frietjes bij, maar die sloegen we even over.
Een schnitzel van gamba
De twee andere gerechten hadden een ‘vis’-signatuur. De tonijn is een subtiel gerecht. Mooi rood gegaard, met een lichte saus van vadouvan en wat gebarbecuede andijvie. Het smaakkanon hier is de schnitzel van gamba met Japanse curry. Wat een heerlijk gerecht: krokant, pittig, met het rokerige van de scamorza en een dressing van yuzu kosho. Dat is er eentje waarvoor je terug gaat komen.
De naam is te simpel

Onze positieve conclusie is dat de naam Stadscafé niet zo goed bij de kwaliteit en gelaagdheid van de gerechten past. Natuurlijk kun je hier ook een burger, broodje (tijdens de lunch) of gegrilde kip krijgen. Maar als je echt van eten houdt, dan ga je voor de gerechten die een echte ‘Jef’-touch hebben.