“Heel pittig, maar echt bizar leuk”, zo omschrijven Shannen van Strydonck en Erjohn Ocampo hun eerste weken in hun net geopende zaak. Sinds de opening zit Bar Díto aan de Bankastraat ramvol. Inmiddels heeft het stel zijn draai gevonden. ‘Hier’ (wat Díto in het Filipijns betekent) wordt een unieke sfeer neergezet met laagdrempelig chic eten en een levendige ambiance.
Huiselijk en charmant

“Vrienden die hier komen eten, zeggen dat het voelt zoals bij ons thuis”, vertelt Shannen. “Dat vinden we echt een compliment.” Bar Díto zit op de plek van het voormalige La Brasserie, een Franse bistro. Het interieur is grotendeels intact gelaten. “Dat was al zo mooi gedaan, daar moesten we vanaf blijven”, zegt Shannen.
Zelfs de iconische jaren 30-lampen hingen er al. “Het was eigenlijk al zeven jaar geleden opnieuw opgebouwd in die oude kroegstijl. Dat paste perfect bij ons en bij de sfeer die wij willen neerzetten. Het voelde meteen huiselijk en charmant.”
Wensenlijstje

Het stel werkte jarenlang samen in de keuken van Dekxels, waar ze als chef-koks de kaart en keuken grotendeels vormden. “We hebben echt hard gewerkt en daar enorm van genoten. Dekxels zal altijd een stukje familie blijven”, zegt Shannen. Toen na een aantal jaar de keuken stond en ze stukje bij beetje een veertigurige werkweek kregen, konden ze ook mooie reizen maken, vertelt Erjohn. In de Filipijnen ontstond het idee om de stap te zetten om voor zichzelf te beginnen. “Dat vakantievieren is voorlopig, met een eigen zaak, wel even klaar”, lacht Shannen.
Het duurde even voor die zaak ook realiteit was. “We hadden nogal een wensenlijstje”, zegt Erjohn. Een open keuken, een grote bar, ongeveer zeventig couverts en het liefst midden in de stad. Bar Díto bleek uiteindelijk bijna alle vakjes aan te tikken. “Het ligt wat verder uit het centrum dan we voor ogen hadden, maar we zijn echt heel blij met de Bankastraat. Het past goed bij de sfeer van de zaak.”
Het sterrenzaakgevoel
Bij hun eigen Díto staan ze voor het eerst niet samen in de keuken, omdat een van hen aan de voorkant staat. De kaart staat vol kleine gerechten uit verschillende delen van de wereld. “Het zijn kleine gerechtjes, zodat je op één avond heel veel verschillende smaken kunt proberen”, legt Shannen uit. Dat idee namen ze deels mee uit hun tijd bij Dekxels. Daar kookten ze al veel met zoet, zuur, pittig en kleurrijk. “We wilden eigenlijk het gevoel van een sterrenzaak, met meerdere gangen en veel verschillende smaken, maar dan zonder dat het stijf of onbetaalbaar wordt.”
De persoonlijke verhalen en achtergrond van de chefs zijn mooi terug te zien op de menukaart. “Bijvoorbeeld de pure chocolademousse is het recept van Shannens oma. Als Shannen dat eet, dan leeft ze op, dus die moest op de kaart”, vertelt Erjohn. “In de advocaat die we erbij serveren, zit Zeeuwse Babbelaarlikeur en Filipijnse rum. Dat soort ideeën ontstaan gewoon vanzelf: er moest drank in, en wat is dan toepasselijker dan van ons beiden iets toe te voegen”, zegt Shannen.
Fine-dining versie van streetfood

De twee zitten mooi op één lijn, totdat je ze vraagt naar hun favoriete gerechten op de kaart. Erjohn is enthousiast over de kinilaw van tonijn (vergelijkbaar met ceviche, waarbij vis gaart in zuur). “Dat is heel herkenbaar voor ons”, vertelt hij. “We zijn vaak samen naar de Filipijnen geweest en dit soort smaken zijn echt onderdeel van onze herinneringen.” Ook de Filipijnse barbecue is een favoriet. Ze hebben niet voor niets een grill in de keuken staan.
“Nee joh”, onderbreekt Shannen hem. “Ik ben juist zo trots op hoe we ons eigen ding hebben gemaakt van het mosselpannetje, in het superschattige minipannetje, en de oesterproeverij!”, zegt ze. “Oesters op nét een andere manier stonden hoog op ons lijstje.” Oké, nog een niet-Zeeuwse favoriet dan: “De Pad Kra Pao-dumpling met krokant gebakken gehakt, zoals ze dat in Thailand als streetfood eten, daar hebben we onze eigen casual fine-diningversie van gemaakt.”