Sommige plekken voelen meteen goed. Nog vóórdat je zit, vóórdat de kaart op tafel ligt. De Machinist aan de Coolhaven in Rotterdam is zo’n plek. Je stapt een oude scheepsvaartschool binnen: groots, industrieel, robuust, maar één stap verder en je wordt direct omarmd door warmte. Lange kaarsen fonkelen op tafel, de kachel knettert, een fijne playlist met jaren-’60 muziek vult de ruimte en die typische Franse champagnecoupes staan al klaar op tafel. De Machinist werd recent overgenomen, en heropende na een korte verbouwing haar deuren.
Oud gebouw, nieuw ritme
De zaak werd begin dit jaar overgenomen, ging op de schop en is sinds een paar weken opnieuw open. Er is flink verbouwd, maar gelukkig niet gladgestreken. De geschiedenis van de voormalige scheepsvaartschool is overal zichtbaar en voelbaar.
Schilderijen verwijzen naar het verleden en waar vroeger takels hingen om schepen omhoog te hijsen, hangen nu lampen die warm licht over lange tafels verspreiden. Het is precies dat spanningsveld dat zo goed werkt: stoer en sfeervol tegelijk. Industrieel, maar nooit kil.
Vuur op de kaart

Volgens bedrijfsleider Johan de Wilt – eerder actief bij Hart van Vlaardingen [onderdeel van dezelfde horecagroep, red.] – klopt het hart van de keuken rondom één element: de Mibrasa houtskooloven. En dat proef je. Niet doordat chefs opzichtig staan te vlammen in de open keuken, maar door die perfecte garing en die onmiskenbare houtskoolsmaak die alles net iets dieper maakt.
Neem bijvoorbeeld de crevettes met mayonaise: simpel op papier, intens op het bord. Ook de dorade doet het goed op de kaart: mals, vallend van de graat, rokerig en vol smaak. Franse frietjes erbij, knapperige romaine sla, en meer heeft een goede brasserie eigenlijk niet nodig.
Brasserie en grand café, los en toch samen

Je zou De Machinist kunnen opdelen in twee plekken, al voelt dat bijna kunstmatig. Het restaurantgedeelte doet precies wat het belooft: dit is een brasserie. Geen moderne interpretatie die het woord als marketingterm gebruikt, maar een kaart die er echt recht aan doet. Steak tartaar, oesters, piepkuiken en confit de canard vormen de ruggengraat. Herkenbare gerechten die precies goed zijn.
Je zit met zicht op de grote open keuken, en die keuken loopt door richting de bar. Aan de voorkant van de bar ontvouwt zich het grand café: verbonden met het restaurant, maar met een eigen rol. Hier lees je overdag de krant aan de leestafel, schuif je aan voor een snelle hap van de cafékaart of zak je ’s avonds weg in een van de Chesterfield banken met een glas wijn of een espressomartini.
Een maritieme knipoog

Wie De Machinist kent van zomerse dagen, weet hoe het pop-up viskantine-terras aan de Coolhaven dan tot leven komt. Ook onder de nieuwe eigenaar keert die viskantine terug zodra de temperatuur meewerkt.
Om die sfeer ook in de wintermaanden vast te houden, staat er op iedere tafel een fles flessenpost. Een speelse knipoog naar de scheepvaartgeschiedenis van het pand. Binnenin: een klein kaartje met viskantine-gerechten.
Nieuwe energie, vertrouwde hand
De Machinist maakt deel uit van Hell’s Kitchen, waar met de Machinist de teller inmiddels op 13 staat, met zaken als NRC, het Zalmhuis, Grace, Sijf en het eerder genoemde Hart van Vlaardingen.
Met deze nieuwe energie is De Machinist opnieuw op stoom gekomen en dat voelt als een blijvertje aan de oh zo mooie Coolhaven in Rotterdam.