Afgelopen maand ging heel stil De Durgerdam, het nieuwe hotelproject van vastgoedbedrijf Aedis (ook verantwoordelijk voor het nog te openen Amstel 111 en samenwerkingen met onder meer Soho House, The Hoxton en The Manor), open met daarbinnen restaurant De Mark onder auspiciën van de mannen van 212.
Dat laatste is de reden dat wij eens op de fiets sprongen en richting De Mark gingen. We testen hun meest recente gastronomische project en testen meteen de kwaliteit van het zwemwater aldaar.
Chef uit de 212-stal
Om wat context te schetsen: Koen Marees is de chef van dienst bij De Mark dat is gevestigd in tot laidback hotel verbouwde dijkpand in Durgerdam. Het hotel kreeg de naam van het voormalig vissersdorp mee en heet eveneens de Durgerdam. Hier zat ooit het enige café (Zuyderziel) van het kleine lintdorp. Koen kennen we nog van zijn fijne ‘keukenwerk’ in The Lobby aan de Fizeaustraat en hij werkte al eerder voor de mannen van 212.
Comfortabel maar beetje weinig ervaring
Je merkt bij het De Mark nog wel even wennen is voor het team. Oké, je hebt dan met Thijs Stut een heel ervaren maître, eentje die ook zijn wijnen heel goed kent, maar het andere personeel is nog van het kaliber ‘heel vriendelijk - maar weinig ervaring’. Gelukkig kunnen wij daar goed mee omgaan, al zijn zijn wel benieuwd hoe de gasten van het hotel daar op reageren. Die verwachten natuurlijk wel een bepaalde service bij de 5-sterren kamerprijzen.
Geen koffie met appeltaart of pils aan de bar
Het heerlijke terras op de vlonders in het water is natuurlijk een ‘magneet’ voor de in groten getale langstrekkende fietsers en wandelaars. Helaas pindakaas: De Mark serveert alleen maaltijden op het terras. Hier kun je dus niet even uitpuffen met een drankje en stuk appeltaart of in de avond even binnen aan de bar aanschuiven voor een pilsje. Eveneens jammer is dat ze dat nu niet ergens melden, ter plekke of online. Ook tijdens ons bezoek, in de middag, zagen we meerdere fietsers en wandelaars geërgerd en bijna boos vertrekken.
Terras op het water

Het is heel warm en we hebben mazzel, het terras van De Mark is voor de eerste dag open. We melden ons en worden heel vriendelijk naar onze plek op de vlonder gedirigeerd: een fijn tafeltje bijna tussen het riet. Eerlijk is eerlijk wat een fijn terras is dit. Het ligt net wat lager dan het hotel en je kijkt direct op het nog glinsterende water, zo de zwanen recht in de ogen. Het begin gelijk goed. Thijs serveert twee fijne glazen champagne en mooi brood met – een trendje van nu voor de betere restaurants – losgeslagen boter met kruiden in dit geval dragon.
Lokaal en vegetarisch?
Bij De Mark is het à-la-carte eten en is de kaart hetzelfde bij lunch en diner. De stijl is een beetje zoals bij De Juwelier, ook van de mannen van 212**, die van rijke gerechten ‘op zijn Frans’. Hier gemaakt met ingrediënten uit de buurt. Maar dat laatste zien we nergens op de menukaart of bij serveren van de gerechten terug. Puntje van aandacht maakt de beleving nog fijner.
De kaart is overzichtelijk en prijstechnisch prima te doen. Je hebt een keuze uit vier gerechten vooraf en vier hoofdgerechten. Verrassend is dat er bij de hoofdgerechten geen enkele vegetarische keuze is terwijl drie van de vier voorgerechten wel vegetarisch zijn. Beetje ongewone verdeling vinden we van de Buik en iets wat gelukkig makkelijk is recht tre trekken.
Juwelier light
We kiezen er daarom voor 3 voorgerechten, da’s prettiger met een vegetariër aan tafel. Daarbij komt het geroosterde piepkeuken als hoofdgerecht voor de vleeseter. De geroosterde prei met een jus van prei en hooi is heerlijk. We hadden het open vuur in de keuken al gezien en dat wordt volledig waargemaakt. De prei is fijn geroosterd en het deel bij de wortel heeft ook nog een kleine tempura behandeling gekregen. Lekker met de jus van de prei en het hooi. De bom is de steak tartaar van tomaat, gedroogd en geroosterd, heerlijk aangemaakt daar kan haast geen tartaar van vlees tegenop. Met een, misschien een iets te, geroosterd stuk desembrood erbij genieten we van de eerste gerechten waar Thijs een van de 12 wijnen per glas, in ons geval een gekoelde rode Cabernet Franc uit de Loire bij schenkt in heel mooi glaswerk.
Van het open vuur
Bij De Mark werken de chefs met open vuur en dat geeft de gerechten een extra oemph. Dat viel al meteen in goede aarde bij de prei, bij het tweede gerecht komen de asperges eveneens van het vuur. Daar is helemaal niets op aan te merken. Het bordje ziet er super uit. Maar door de zoetheid van de vanillesaus komen de asperges iets minder uit de verf en helaas de Hollandse garnalen ook niet. Het piepkuiken is mooi gegaard op het vuur en in stukken gesneden. Het vlees is heel sappig en smakelijk. De ruime hoeveelheid mosterd mag de pret niet drukken, want de kippenlevercrème is subliem.

De avond sluiten we af in de schemering met het donkerste gerecht van de dessertsectie: gemarineerde kersen, pure chocolade en cranberrycurd. De perfecte afsluiter om de laatste plekjes in onze buiken nog te vullen.
Tenslotte
Het gaat hier natuurlijk allemaal goedkomen. De chef kan koken, de bediening komt echt op orde en als je Thijs Stut nog even zijn gang laat gaan vind je hier de mooiste klassieke wijnkaart van Amsterdam. Met niet alleen topdomeinen maar ook verschillende jaargangen. De Buik hoopt wel dat hier de focus ook een beetje op de lokale gast komt en blijft. Want hoe leuk is het niet om hier uitgebreid te lunchen en daarna even in ’t IJ te plonsen.